Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EERSTE REIS VAN SINDBAD DE ZEEMAN

T"\e kooplieden die groote -‘“-"'reizen hadden gemaakt om den afgrond met schatten te bereiken, wierpen het eene stuk vleesch na het andere naar beneden. Daarna gingen ze bedaard op den rand van den afgrond zitten om te wachten totdat de arenden kwamen.

Uven later kwam een nieuwe karavaan aanzetten, 'ook al volgeladen met groote stukken vleesch. Maar nu kwam er een hoop lawaai, want de eerste kooplieden wilden niet dat het pas aangekomen stelletje ook hun lappen vleesch naar beneden wierp. ,,Dan raken we in de war,” vonden de eerste kooplieden. Er kwam een flinke vechtpartij van en het eind van het liedje was dat de tweede karavaan op de vlucht ging, met achterlating van het vleesch. De eerste kooplui maakten zich hiervan meester en wierpen het nu ook naar beneden.

T-Iet ongeluk echter wilde dat een van de lappen -*• boven op Sindbad terecht kwam. De ongelukkige kreeg zoo’n klap, dat hij voorover op den grond tuimelde. Hij wilde overeind krabbelen maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, ’t Stuk vleesch was zóó zwaar dat hij ’t nauwelijks op kon tillen. Maar toen hij er eindelijk onder uit was gekropen, had hij een schitterenden inval gekregen. Hij zou onder een van de grootste stukken vleesch kruipen, zich eraan vastbinden en dan door een van de arenden naar het nest laten voeren. Maar Sindbad was een verstandig man die het nuttige met het aangename wist te vereenigen.

X Ivorens hij zou opstijgen **wilde hij eerst een flink stelletje diamanten verzamelen. Zooiets komt altijd te pas. Hij zocht de grootste uit en stopte daarmee zijn zakken vol. Daarna keerde hij terug en bond zich vast aan een van de halve koeien die links en rechts verspreid lagen.

Sluiten