Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het niet onverschillig zijn wie den zwemmer helpt en is het van het grootste belang, dat het iemand is, die zelf de zwemkunst in de puntjes machtig is.

Ten aanzien van den toekomstigen zwemmer, die om de een of andere reden geen hulp van een ervaren zwemmer kan krijgen dienen de volgende opmerkingen. Vooroefening:

De toekomstige zwemmer moet aan den rand van het bassin gaan staan, waar hem het water ongeveer tot aan de heupen staat, het bovenlichaam voorover buigen, de armen met naar beneden gerichte handpalmen, naast elkaar liggende duimen en behoorlijk aaneengesloten vingers, gestrekt naar voren houden, daarna diep ademhalen en zich dan met den rechter - of linkervoet krachtig van den bassinmuur afstooten, terwijl hij het gezicht daarbij in het water legt. Onmiddellijk na het afstooten strekt hij dan de beenen, sluit de hielen en trekt de teenen naar buiten en naar boven op.

Het gevolg van het afstooten zal zijn, dat het lichaam in gestrekten stand eerst een eind op de oppervlakte van het water voortglijdt en een korte poos als het ware op de oppervlakte van het water zal blijven liggen.

Deze oefening, vaak genoeg herhaald, geeft den toekomstigen zwemmer een zekere vaardigheid en ook een zeker vertrouwen, waarbij hij tenslotte zoolang rustig op de oppervlakte kan blijven liggen, dat hij de directe oefening der gecombineerde arm - en beenbewegingen kan gaan maken. Deze oefeningen zijn dezelfde, welke hierboven beschreven werden met hulp van een ervaren zwemmer. Hierbij valt natuurlijk op te merken, dat bij ontstentenis van die hulp, veel moet worden overgelaten aan het initiatief van den toekomstigen zwemmer zelf. Maar wanneer deze daarbij in het oog houdt, dat rust en kalmte en niet overhaasting hem tenslotte aan het begeerde doel brengen, dan kan het niet missen of hij zal dat doel, stug volhoudend, bereiken.

Sluiten