Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZWEMMEN OP DEN RUG

Voor wie het zwemmen op de borst, dus het zwemmen met den zoogenaamden schoolslag, goed machtig is, zal het zwemmen op den rug niet veel moeilijkheden bieden.

De oefeningen hiervoor kunnen op de volgende wijze worden ingeleid:

Men houdt zich met beide handen vast aan den bassinrand, keert dezen het gezicht toe, drukt de beenen met gebogen knieën tegen den bassinmuur en buigt het hoofd flink naar achteren. Men laat nu den bassinrand los, stoot met beide voeten krachtig af, strekt het lichaam, houdt het hoofd in den nek en de lendenen hol: daardoor zullen buik en borst vanzelf boven water komen.

Leg nu de armen gestrekt met naar beneden gerichte handpalmen en gesloten vingers tegen het lichaam; de hielen blijven aaneengesloten en de teenen der voeten zijn naar buiten en naar boven gericht. In dezen horizontalen stand kan men bij eenige oefening zeer lang drijvende blijven, waarbij men dan het lichaam kan helpen door de gestrekte armen met de handpalmen naar beneden langzaam en bij herhaling naar beneden te drukken.

De armen mogen daarbij evenwel niet boven water komen.

Is deze horizontale drijf-beweging voldoende beoefend dan kunnen de rug-zwembewegingen een aanvang nemen.

De eerste daarvan is het aantrekken van de beenen met gespreide knieën en naar boven gerichte teenen. Heel langzaam.

De tweede is het langzaam zijwaarts uit'daan van de beenen met nog opgetrokken dij.

De derde is het krachtig tegen het water trappen met de voetzoolen en het daarna snel te samen klappen der beenen.

De armbewegingen voor het rugzwemmen kunnen gemakkelijk op de volgende wijze worden beoefend:

Men legt zich op den rug in het water (daarin heeft men dus reeds eenige ervaring) en men houdt zich dan vast met de teenen aan een trap of een stang of een ladder in het water, waardoor men zijn aandacht volkomen bij de armbewegingen kan bepalen.

Sluiten