Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FijJ. 16.

Hierboven is bij het rugzwemmen uitgegaan van de gedachte, dat bij alle bewegingen de handen onder de wateroppervlakte blijven.

In de praktijk, en om sneller voortkomen te bevorderen, zal van dit principe evenwel dienen te worden afgeweken. Voorheen werden dan de armen in een grooten boog met bijeengenomen handpalmen over het hoofd achterwaarts gebracht, daar werden zoodra zij het water raakten de handpalmen van elkaar afgedraaid en de armen met kracht gestrekt door het water heen naar de dijen teruggebracht. Elke gestrekte arm beschreef daarbij dus een boog van 180 gr. De gelijktijdigheid van been- en armbeweging garandeerde dan een behoorlijk voortglijden in het water.

De rugzwemmers van lateren tijd gebruiken als armslag een afzonderlijke beweging der beide armen, waarbij deze om de beurt als een soort pagaai door het water worden gehaald.

Dit laatste staat evenwel in verband met het feit, dat bij dezen rugslag de schaarbeweging van de beenen vol-

Sluiten