Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de volgende hoofdstukken is het gebruik van een BuschJ. D. Kompas aangenomen. Het daar vermelde geldt echter ook in vrijwel elk opzicht voor het Bézardkompas. Houd er echter rekening mee, dat de graadindeeling van de roos niet altijd de zelfde is: soms is de indeeling in 360°, anders in 64 streken, terwijl de nummering gewoonlijk bij het N beginnend naar het W loopt, soms echter ook naar het O gaat. Bij aankoop van een Bézardkompas doe je het beste er een te nemen met een indeeling in 64 streken, genummerd N-W-Z-O-N.

II. Het instellen van het Vizier-kompas Het instellen van een richting op de kaart (handgreep A).

Wanneer je met de kaart gewapend op verkenning uit bent, zal het vaak voorkomen, dat je nauwkeurig de richting van een weg of de richting waarin b.v. een toren zichtbaar moet zijn, van de kaart wilt vast stellen. Laten we aannemen, dat we op Ada’s Hoeve kampeeren en dat we de Archemerberg beklommen hebben. We willen nu van de kaart bepalen in welke richting de molen van Besthmen te vinden moet zijn.

We leggen het kompas op de kaart (afb. 3) en wel zóó, dat de rechte kant ervan langs de gezochte richting ligt met het begin van de schaalverdeeling op het punt waar we' ons bevinden: de top van de berg. De kaart behoeft niet georiënteerd te worden. Vervolgens draaien we de roos van het kompas zóóver rond tot het N ervan precies naar het N van de kaart wijst. Je kunt dat het beste beoordeelen door van een afstand van minstens een 40 cm boven de kaart te kijken. Hoe de stand van de magneetnaald is, doet er natuurlijk niet toe, daar de kaart niet georiënteerd is. De gezochte afstand kan nu worden afgelezen bij het pijltje. Zij is ongeveer NNO, of nauwkeuriger: bijna 61 s. Aanduiding door het aantal streken, is natuurlijk de eenvoudigste methode. Voeg er echter, indien kans op misverstand bestaat, aan toe, dat je roos in 64 streken verdeeld is, die van N over W loopen.

let overbrengen van een richting in het terrein, (handgreep B).

Vervolgens gaan we in het terrein de molen zoeken. We aemen ons kompas en gaan ongeveer in de gezochte richting staan. De spiegel krijgt een stand van pl.m. 45 » en we houden het kompas op ooghoogte met beide handen vast, zooals afb. 4 laat zien. Zorg voor voldoende afstand tusschen oog en kompas! Door middel van de spiegel is nu te zien hoe de magneetnaald ten opzichte van de roos staat. Zonder de roos

9

Sluiten