Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kaart bet kasteel Berde zou kunnen bevinden. We besluiten de richting zorgvuldig te bepalen. De roos wordt ruw ingesteld op ongeveer 50 s (de pijl c op afb. 1 wijst dus tusschen O en 52). Noodzakelijk is dit voorloopige instellen niet, maar het vereenvoudigt het verdere werk. We richten ons nu naar de boomen met het kompas als in afb. 4 en kijken ernaar langs de vizierinriohting. Vervolgens draaien we met de linkerhand, het kompas zoo stil mogelijk houdend, de roos zoover, tot de naald inspeelt, dus naar het magnetische N wijst, wat zichtbaar is in de spiegel. Het kompas is nu ingesteld in de gezochte richting, die hij het pijltje kan worden afgelezen: 52 s, of ONO.

Het overbrengen van een richting op de kaart (handgreep D).

Om nu de plaats van de boomen op de kaart vast te stellen, leggen we het ingestelde kompas op de kaart met het begin van de schaalverdeeling op het punt waar we ons bevinden: de top van de Archemerberg. Er voor zorgende, dat de stand van de roos niet verandert, draaien we vervolgens het geheele kompas tot het N op de roos naar het N van de kaart wijst. Het begin van de schaalverdeeling blijft daarbij op de top van den berg. Daar we de kaart niet georiënteerd hebben, doet het er niet toe welke stand de magneetnaald daarbij inneemt. De rechte kant van het kompas moet nu in de richting wijzen waarin de boomen op de kaart te vinden zijn. We trekken er met potlood een dunne lijn langs en verlengen deze. Inderdaad blijkt in deze richting op een afstand van ruim drie kilometer een boomengroep, waarbinnen het Huis Eerde, op de kaart voor te komen.

De magnetische afwijking.

Bij het overbrengen van een richting in het terrein (handgreep B), is de magnetische afwijking ter sprake gekomen. We verstaan daaronder de hoek tusschen het werkelijke N en het magnetische N, de Tichting waarin de kompasnaald wijst. De magnetische Noordpool verandert elk jaar van plaats en daardoor wordt de magnetische afwijking voortdurend gewijzigd. In West-Europa wordt zij jaarlijks ongeveer 1/50 kleiner. De magnetische afwijking is uiteraard niet overal even groot. In ons land is zij pl.m. 8)4 °, naar het Oosten wordt zij geleidelijk kleiner (in Oost-Pruisen is zij 0°), naar het WeStên wordt zij grooter (in Ierland bijv. tot 16°). Op Java en Sumatra bestaat practisch geen afwijking; in West-Indië bedraagt zij 4 tot 6°.

Wanneer je je kompas dus in het buitenland wilt gebruiken, moet je je van de plaatselijke afwijking op de hoogte stellen. Op de meeste topografische kaarten is zij voor een bepaald

11

Sluiten