Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds spoedig zijn we bij een sprank, waarschijnlijk bij het op de afb. met a aangeduide punt. Even de kaart oriƫnteeren. We verstaan daaronder, dat de kaart zoo gehouden wordt, dat de lijnen op de kaart dezelfde richting verkrijgen, als de er door aangeduide wegen enz. in werkelijkheid hebben. We moeten er dus voor zorgen, dat het N van de kaart inderdaad naar het Noorden gericht is. We stellen hiertoe het kompas in op het Noorden, leggen het naar het N van de kaart gericht op de kaart en draaien kaart en kompas langzaam tot de naald inspeelt, dus naar het magnetische N wijst. De kaart heeft nu de juiste stand en inderdaad bevinden we ons blijkbaar op punt a, want de richting van de sprank en de verschillende wegen kloppen.

In dit geval konden we reeds zonder het oriƫnteeren van de kaart vermoeden waar we ons bevinden. Het geval wordt moeilijker wanneer er vele wegen zijn, die in de zelfde richting loopen en ook wanneer, sinds de kaart tot stand kwam, het terrein veranderd is. Zoo komen op de vorige uitgave van het blad Wassenaar verscheidene wegen voor, die sindsdien verdwenen zijn, terwijl de sprank nog niet is aangegeven. Je moet er dus altijd rekening mee houden, dat de kaart voor een deel onjuist of onvolledig kan zijn.

We gaan verder langs de sprank, met rechts weiland. Na ongeveer 100 m zijn we aan de boschrand op het punt op de kaart aangeduid met b. De afstand volgens de kaart klopt met de werkelijkheid. We willen nu in rechte lijn naar c gaan. De afstand is ongeveer 400 m en de begroeide duinen laten natuurlijk niet toe zoover te zien. We bepalen de richting met handgreep A en stellen met handgreep B vast waarheen we moeten loopen. Met behulp van de vizierinrichting kies je je een zoo ver mogelijk gelegen boom of ander duidelijk punt als voorloopig doel. Je loopt daarheen, waarbij je natuurlijk zoo noodig een kleine omweg kunt maken en gaat na herhaling van handgreep B verder in de zelfde richting. Je kompas blijft natuurlijk voortdurend goed ingesteld. Na een minuut of vijf komt de wegbocht c in zicht, waarbij het zal blijken hoeveel je naar links of rechts bent afgeweken. Twintig meter is te veel!

We loopen verder, eerst naar d, daarna naar e. Van tijd tot tijd kijken we naar de kaart om vast te stellen waar we zijn en om te zien hoe de eerstkomende honderden meters er uit zullen zien. Je kijkt daarbij naar de op de kaart aangegeven begroeiing en overtuig je van de overeenkomst met de werkelijkheid. Voor het bepalen van afstanden van de kaart is de schaalverdeeling van het kompas van groot gemak. Telkens ook in het terrein afstanden schatten: schatten en kaartlezen gaan altijd samen.

Van e besluiten we naar f te loopen, de punt van het

Sluiten