Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Het kompas bij nacht en ontij

Heb je wel eens in een donkere nacht je kampplaats moeten zoeken? Het was je precies uitgelegd en een punt op de kaart wees het terrein nauwkeurig aan. Maar het was stikdonker en de eene weg was als de andere. Alle gevoel voor richting verdween en wanneer je geen goed kompas tot hulp had gehad, was dwalen onvermijdelijk geweest.

Heb je op een vacantietocht in de bergen wel eens de nevelwolken aan zien komen rollen? Plotseling beperkte een dichte mist het zicht tot weinige meters en ternauwernood kon je je vrienden zien, die mef je aan het touw verbonden waren, dat de gevaren van gletscherspleten en glad gesteente moest beperken. Je wist waar je je bevondt, maar hoe kon je je de kaart de weg laten wijzen naar de Hütte, die je zou beschermen tegen de gevaren, die anders te sterk zouden kunnen worden? De sneeuwstorm viel aan, de koude dreigde, rondom waren afgronden.

Wie kan je zeggen in welk deel van de wereld en onder welke omstandigheden je over tien jaar je weg aan het zoeken zult zijn? Zorg er voor paraat te worden, sta boven alle gevaarlijke kansen! Het is een goed avontuur er op een donkere avond op uit te gaan. Met een goed kompas gewapend gaat het dwars door bosch en hei, heuvel op, heuvel af, recht naar het doel!

Ons Buschkompas is evenals andere goede vizierkompassen gelukkig niet enkel geschikt voor gebruik bij mooi weer en terwijl het licht is. Verschillende onderdeelen zijn lichtgevend gemaakt en zoo is het mogelijk er ook bij duisternis gebruik van te maken. Lichtend zijn de spits van de magneetnaald, de richtingspijl (c op afb. 1), terwijl op de roos de vier voornaamste windstreken door lichtende punten zijn aangeduid; het O, Z en W door één punt en het N door twee punten, éen bij het magnetische N en éen aan de andere zijde; het werkelijke N ligt tusschen beide in (zie afb. 2).

Heb je nu je kompas, eventueel met behulp van de kaart en je zaklantaarn, in de richting ingesteld, waar je je naar toe wilt begeven, dan heb je voor het verdere aflezen geen licht noodig. Weet je je richting en hoeft die niet bizonder nauwkeurig ingesteld te worden, dan gaat dat natuurlijk ook best zonder kaart of lantaarn.

Wanneer het werkelijk goed donker is, is de vizierinrichting (f, e en b, afb. 1) uiteraard zonder nut en evenzoo zal de spiegel gewoonlijk buiten gebfuik blijven. Je doet het beste door het kompas met beide handen op schouderhoogte, met de bovenarm tegen je lichaam, vast te houden. Je moet nu zóó gaan staan, dat de lichtende punt van de

Sluiten