Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI Kaartschetsen. (1)

Bij je tochten zal het vaak gebeuren, dat je allerlei bijzonderheden aangaande het terrein vast moet leggen en een schetskaart zal daartoe dikwijls nuttiger zijn dan duizend woorden.

Wat is een kaart? We verstaan daaronder een weergave van de werkelijkheid, die veel overeenstemming heeft met het beeld, dat je uit een vliegtuig hebt van het land onder je.

Er zijn twee soorten kaarten te onderscheiden: routeof wegkaarten, waarbij de gevolgde weg met een min of meer breede strook aan weerszijden wordt weergegeven, en kaarten, die van een geheel terrein, gewoonlijk rechthoekig van vorm, een beeld schenken. De wegkaarten, die in verschillende opzichten van de andere afwijken, komen in het volgende hoofdstuk ter sprake; we zullen allereerst zien hoe een gewone schetskaart tot stand komt.

Vóór je met het teekenen van je kaart kunt beginnen, moet je verschillende beslissingen nemen. Allereerst dient een keuze gedaan te worden betreffende de schaal, dat wil zeggen de mate, waarin je de werkelijkheid op je papier verkleind wilt weergeven1). Die keuze hangt van allerlei af, zooals de vereischte nauwkeurigheid, dus de mate waarin elk paadje, elke boom, elke heg op de kaart te vinden moet zijn, de grootte van het terrein e.d. Je doet natuurlijk verstandig door een „mooie” verhouding te kiezen, dus 1: 1000, 1: 10.000, 1: 250, e.d. Weet je hoe groot iets in werkelijkheid is, dan zijn bij een dergelijke schaal geen lastige berekeningen noodig om tot de afstand te komen, die je op je papier moet afzetten. Soms is het ook handig, om bijv. voor 100 passen 1 cm. te nemen, n.1. in het geval je je afstanden door afpassen bepaalt.

Verder is er de wijze, waarop je de werkelijkheid weer zult geVen. Omdat je verkleint kun je natuurlijk van een bosch niet iedere boom aanduiden, evenmin is het mogelijk de breedte van elk pad juist op' schaal te teekenen, enz. De omtrek van een weiland, het verloop van de oevers van een rivier, e.d. zullen wel aan te geven zijn, maar voor veel zal een of ander „teeken” gekozen moeten worden of is een bijschrift noodig. Vermijd een onnoodig aantal woorden: ze eischen ruimte, waar aangaande het terrein niets meer kan worden aangegeven en ze maken het geheel licht onduidelijk.

In het algemeen doe je goed zooveel mogelijk dezelfde

i) Bij kaartschetsen, en niet minder bij kaartlezen, is het niet voldoende, dat je weet, dat bij een schaal van bijv. 1 : 2500 de werkelijkheid 2500 maal zoo groot is, als de weergave ervan op de kaart. Je moet ook een voorstelling van die verhouding hebben; je moet voor je zien, hoe 1 cm op de kaart overeenkomt met 25 m in de natuur.

Sluiten