Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je een grooter terrein in kaart moet brengen, zul je gewoonlijk beurtelings beide methoden gebruiken: de keuze zal van de omstandigheden afhangen.

Bij de beschrijving van de eerste methode hebhen we aangenomen, dat alles geheel klopte, maar dat is niet altijd het geval. We hebben bijv. achtereenvolgens A, B, C, D, E en F bepaald en geteekend (afb. 14), en we merken, wanneer we van F naar A zijn geloopen, dat F op het met F’ aangeduide punt had moeten liggen. Er moeten dus één of meer fouten zijn gemaakt. Is er geen gelegenheid om de geheele opname

Afb. 15.

te herhalen, dan trekken we in alle punten een lijntje evenwijdig aan F’ F en we verdeelen de fout over de geheele omtrek. Zoo verkrijgen we de in zwaardere lijnen geteekende figuur.

Iets soortgelijks is gedaan in afb. 15, waar we, in A aangevangen, in B uit hadden moeten komen, terwijl we in B’ uitkwamen.

Wanneer je zuiver werkt, zijn zoo groote correcties natuurlijk niet noodig!

Het hierboven beschrevene is geschikt voor de omtrek van een terrein en voor het bepalen van de loop van land- en waterwegen, maar op deze weze kan natuurlijk niet een klein detail worden vastgesteld. Het is altijd zaak allereerst nauwkeurig de hoofdzaken weer te geven; blijkt een en ander te kloppen, dan komen de details, maar ook niet eerder. Het is verleidelijk zooveel mogelijk direct alles in te schetsen wat je rondom je ziet,, maar veel is in dat geval voor niets gedaan, wanneer een of andere fout hersteld moet worden.

Sluiten