Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afstand gemeten behoefde te worden. Ook krijg je zoodoende zekere gegevens over de plaats, waar je je bevonden hebt.

Bij een tweede wijze van kaartschetsen, die veelal door Engelschen gebruikt wordt, wordt de gevolgde weg voortdurend door een rechte lijn aangeduid. Afb. 25 geeft hiervan een voorbeeld.

Ook hierbij worden de tijden, afstanden en richtingen in kolommen verzameld. Het schetsen neemt bij deze methode minder tijd dan bij de vorige, maar daar staat tegenover, dat een dergelijke kaart weinig „spreekt”. Wil men een indruk krijgen van de gevolgde weg, dan is het noodig met de zoodoende beschikbare gegevens een „gewone” wegkaart te maken.

Afb. 26 toont een deel van het rapport van YT. W. M. C. den Hartog van een tocht van de Toringers (Dordrecht) per kano door de Biesbosch. Het is volgens de laatst vermelde methode gemaakt (de gevolgde richtingen zijn met behulp van Noordpijlen aangegeven). Tot het keurig geteekende verslag behoort o.m. een kaart, die een overzicht geeft van de geheele tocht.

IX. Toepassingsmogelijkheden.

In de vorige hoofdstukken is menige gezamenlijke tocht beschreven. Nadat we de noodige handgrepen met het kompas hadden leeren kennen, gingen we op een mooie lentedag dwars door onze Hollandsche duinen. Later volgden tochten waarbij vaak hooge eischen aan onze vaardigheid werden gesteld. Zonder pad moesten we soms door het nachtelijk bosch onze weg zoeken; verbonden door een bergtouw hebben kaart en kompas ons, ondanks verraderlijke gletscherspleten en afgronden, ons doel helpen bereiken.

Het oogenblik om afscheid te nemen is gekomen: je kunt nu je eigen weg vinden. Tot besluit hieronder een aantal oefeningsmogelijkheden*).

Kompas.

1. Bepaal de richting van den weg, waarop je loopt (handgreep C, II).

2. Stel de windrichting vast (handgreep C, II).

3. Bepaal vanaf een heuvel of toren de richting waarin dorpen, torens, de bocht van een rivier, een dennenbosch enz. zichtbaar zijn (handgreep C, II).

4. Ga dwars door de duinen of bosschen, of over de heide in een bepaalde richting (handgreep B, II).

5. Als bij (4), maar bij duisternis (IV).

6. Bepaal de richting waarin de zon staat (handgreep C, II)

1) De nummers verwijzen naar de voorafgaande hcofdstukken, waar desbetreffende gegevens te vinden zijn.

Sluiten