Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormden een donkere rand langs zijn koffie, ze paarden op zijn handen. Hille verontschuldigde zich.

„De zwienen," zei ze.

Maar Rieks hinderden een- paar vliegen niet. Dat was de zomerse plaag van ieder huis. Rieks vergat de tijd, hij voelde zich thuis, hij was onder eigen volk.

Hille echter keek op de staartklok die knarsend waarschuwde, dat hij spoedig elf uur zou slaan. Het werd te laat, de ouders wilden naar bed. Rieks moest zich maar even omkeren, dan konden ze zich gauw uittrekken 2) en achter de gordijnen kruipen. Wilde hij naar buiten gaan met Hille? Dat was ook best. Over een paar minuten konden ze hier weer terecht. Als Hille dan nog koffie wilde zetten, er was nog water heet. En of ze oppasten voor de avondlucht.

De nacht was koel, maar in het stookhok stond de kookpot, die had gebrand voor varkensvoer. Hille legde een paar blokken hout op de smeulende kolen, haalde een bank en een melkstoeltje, zij deed het wrakke deurtje dicht. De maan stond voor de spleten en bouwde zilveren balken door het hok. De hond legde zich aan hun voeten en keek met groene, glinsterende ogen naar hen op. Het hout knapte onder de kookpot.

De heerlijkheid van dat samenzijn werd Rieks haast te groot; die maakte hem schuchter en onbeholpen.

„A 'k joe een smok 3) moet geven, dan moe j' 't moar zeggen," fluisterde Rieks.

En wat nog nooit gebeurd was, in deze nacht zette Rieks zijn hart open voor een ander mens en liet die nooit-betreden kamers binnengaan.

„Ken ik joe nog maar ien aovond," zuchtte Hille. „'Et is mij, as of ik mien hiele levent noar joe verlangd heb .... "

Naderhand liepen ze gearmd in de hof, de hond volgde hen op de hielen als een schaduw. Toen ze lang stil stonden onder de pereboom in de zindering van het maanlicht, stond hij roerloos bij hen met de neus in de wind. Ineens gromde hij, diep in zijn keel en zijn haren rezen overeind. Donkere gestalten slopen om het huis, een mes werd knerpend geslepen op de muur, een stem riep gedempt voor het raam: „Hille, wat gef ij, een kan jenever of zien ribben?"

») varkens. a) uitkleden. 3) kus.

Sluiten