Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en berekening op. Er kwam zelfs iets aantrekkelijks in (ïte gedachte, dat alles wat ze straks zouden hebben door de arbeid van zijn handen gewonnen zou zijn. In de lange nachten in het stookhok bouwden ze samen verder aan het huis van hun toekomst en kleine dingen werden overtogen met een glans van komend geluk. Hun levens grepen steeds meer ineen, ze vergroeiden, er was geen ideaal, waarin de ander niet betrokken was.

De mensen wisten daar niet van, bij duisternis kwam Rieks, bij duisternis ging hij heen. De nacht stond beschermend om hun groeiende liefde. Er liepen geruchten in Battelte, maar niemand van eigen volk *) verraadde het geheim van hun huis.

„Ef joen Hille verkering, Derk?"

„Doar weê 'k nie van, 'eur! Ik bemui mij niet met 'eur vrijerij."

„Weet ie d'r ok niet van, Griete?"

„Hoe zol ik dat weten? .... Ze 'ef smaanks wal een jong, wat veur jonk vrommes 'ef dat niet?"....

„Dat bent dingen, doar hef gieneen wat met te maken. Het huuft2) niet in de kraant. As ze op trouwen staat, wet elk dat vrog genog," zo dacht .men daarover.

Soms, als hij vrij van voeren was, ging Rieks in Battelte naar de kerk. Om Hille te zien deed hij dat. Zij liep naast haar moeder door het dorp, het kerkboek met zilveren beslag en sloten onder de arm. Griete droeg het zilveren oorijzer, zij niet, zij wou er niet meer aan. Rieks fietste voorbij en zei „heui", als tegen alle bekenden. Geen lach, geen knipoogje. Dat hij hier op klaarlichte dag verscheen, was genoeg. Later stond hij bij de kerkdeur, bij andere jongkerels, tot het orgel begon te spelen. Als Hille voorbij kwam, keek ze niet op. Maar haar blos verraadde haar spanning en hun harten groetten elkaar in stilte. Ringen en verloving zijn voor stadsmensen. Zij hadden vaste verkering, meer niet. Maar zij hadden elkander het trouwen beloofd, dat was alles.

Meitied over een jaar, dan zou 't wezen.

Voor dat laatste jaar kwam Rieks nog wat dichterbij. Na de bouw 8) zegde hij zijn dienst bij Jan Luchies op en verhuurde zich bij Jans Oldenbanning in Battelte. „Ik wol wel ies veraanderen," dat gaf hij bij beiden als reden op.

i) het gezin. 2) behoeft. 3) korenoogst.

Sluiten