Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij lachte om het mes, hij lachte over boerderijen en grond, over geld en goed, ovef^dood en leven.

Een vrij mens was hij eindelijk. Groot en krachtig voelde hij zich worden, in staat om de hele wereld te overwinnen. Hij voelde warm bloed vloeien langs zijn arm, hij hoorde Hille gillen, een hond blafte als een razende. Toen sloeg hij toe, alsof hij de zende hanteerde. Het was genoeg. Hille hing aan zijn hals. De Battelter jongens kwamen naderbij en sleepten den verslagen Mans Donder de weg op. Daar rosten zij hem nog eens af. Eén kwam terug om Rieks lang de hand te schudden. Het was de rooie.

„Nou moe' j' nog een keer tracteren," zei hij.

„Asjeblieft," riep Rieks, „op de bruiloft, heur! Ie komt moar met zien allen."'

De ouden waren uit bed gekomen en moesten nu eerst worden gerust gesteld. Toen ze Rieks zagen, deden ze, alsof ze hem nooit gemist hadden. Hille verbond zijn arm, zo goed en kwaad als zij dat kon. Toen nam zij hem mee naar het stookhok. Eén melkstoeltje was genoeg voor hen beiden.

„Ik had hem net de bons geven," fluisterde ze. ,,'IJ 'ef mij alleen maar noar hoes brocht van 't heuifeest. Toe kon alles mij niks meer schelen"....

Toen de zon opkwam nam Rieks afscheid.

„Ik goa nou noar mien volk," zei hij. „Lang zal 't niet wezen, hè wicht?"

^ C ^L/' 'yvw v

.

In de nazomer reeds begon Rieks Manting aan de verwerkelijking van zijn eerste droom, die stralend teruggekomen was.

Hij begon in een hut op de bloeiende heide met twee sikken en een zwien en hij kreeg zes gulden en een kwartie van de steun.

Sluiten