Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Wij zien bij herhaling, dat de kunst zijn inspiratie ontleent aan het verleden, daarbij als het ware terugstappend naar een vroegere periode, om daaruit weer onder andere leuzen voorwaarts te stormen naar nieuwe horizonnen.

Bij de wetenschap is van dit verschijnsel niets te bespeuren. Daar is slechts van een vlugger of trager voortgaan sprake. Dit geldt niet alleen voor de tijd van Napoleon, toen de beeldende kunst zich inspireerde op het klassieke voorbeeld, terwijl de natuurwetenschappen voorwaarts joegen naar nauwelijks vermoede verten, dit deed zich in even sterke mate gevoelen in de zestiende eeuw, toen Vergilius honderden noopte tot navolging van zijn Landliederen, terwijl de wetenschap, verlost van de boeien der mediaevale opvattingen, met jeugdig vuur de lokkende Vrijheid tegemoet ijlde. Geen wedergeboorte hier, maar een ontwaken. Zeer zeker was er belangstelling voor de oudheid, maar geen navolging!

Op deze algemeene karakteristiek maakt de botanie geen uitzondering. Wel waren in de eerste helft van de zestiende eeuw mannen als Brunfels, Beek en Fuchs met o publicaties voor den dag gekomen, die een nieuwe periode inluidden, maar meer dan voorlopers waren zij niet geweest. Zij openden een nieuw perspectief door hun aandacht te besteden aan inheemse gewassen en door geheel nieuwe plantenbeschrijvingen, maar zij wisten zich nog niet los te maken van de middeleeuwse opvatting, die de kruidkunde geheel beschouwde als een hulpvak van de medische wetenschap.

Pas in de tweede helft van de zestiende eeuw ontwikkelt

Sluiten