Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om naar Zuid-Frankrijk te gaan, dat, naar hij had ver* nomen, overvloeide van zeldzame gewassen.

De reis van Frankfort naar Montpellier duurde anderhalf jaar. Hij verbleef korter of langer tijd in Straatsburg, in Lausanne, in Genève, in Lyon, altijd contact zoekend met de grote mannen op allerlei gebied en telkens planten verzamelend, die hem belang inboezemden.

Na een examen in de „dialectica et philosophia naturalis” mocht bij zich inschrijven in het register van de hogeschool van Montpellier voor de studie van de medicijnen: 1551. Hij koos als mentor den professor in de medicijnen en ichthyoloog Guillaume Rondelet, bij wien hij ook zijn intrek nam. Rondelet was in 1551 al bezig met zijn „Vissenboek” en op zijn verzoek heeft Clusius daarvan een Latijnse vertaling gemaakt. Dit was van dezen jongen man van zes en twintig jaar de eerste stap op het hachelijk pad van publicatie.

In het najaar kwam ook Petrus Lotichius, die mentor van twee Duitse jongelui was geworden, in Montpellier. Een kring van enthousiaste jongemensen groepeerde zich om Rondelet, waar niet alle tijd aan ernstige arbeid werd besteed. Een verre echo van jong en opgewekt leven, van ongestoorde vrolijkheid, van blijde dagen in een sympathiek milieu klinkt na eeuwen nog door.

Dat Clusius ernstig en dagelijks college gelopen heeft, zou ik niet durven beweren, maar dat hij van en door Rondelet veel geleerd heeft, dat is een onomstotelijke waarheid. Ook blijkt uit zijn aantekeningen, dat hij veel zwierf in de huurt van Montpellier tot Carcassonne toe, in de Cevennes en in de Provence. Behalve voor de botanie had hij hier ook gelegenheid om zijn belangstelling voor de epigraphiek te doen blijken, waar de restanten van de klassieke cultuur in zo overdadige menigte voorhanden waren. Smetius publiceerde in zijn „Inscriptionum antiquarum” een van de door Clusius afgeschreven inscripties. En Ortelius was in 1570 in staat in zijn „Theatrum Orbis Terrarum” een kaart van de kust van Gallia Narbonensis op te nemen, die Clusius had gemaakt. Op een tocht naar

Sluiten