Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 1554—1563:

ANTWERPEN; DODONAEUS’ „CRUYDEBOECK”; PARIJS;

THOMAS REHDIGER; TERUG IN DE NEDERLANDEN

Aan het einde van 1554, toen Clusius in de Nederlanden terugkeerde, zag het er in het Zuiden ■weinig hoopvol uit. Hendrik II, die zijn belangrijkste strijdkrachten naar de oostgrens had gezonden, liet in de Zuidelijke Nederlanden de oorlog slepen; de legers, die slecht van het nodige werden voorzien, hielpen zichzelf zo goed mogelijk ten koste van het land, welk voorbeeld van Spaanse zijde werd gevolgd.

Karei Y was het regeren moe en droeg dan ook reeds een jaar later de regering van de Nederlanden over aan zijn zoon Philips II.

In het begin van 1556 liep de oorlog tenslotte uit op een wapenstilstand, die echter reeds in 1557 eindigde met een hernieuwde uitbarsting van de strijd. Na enige successen, bij St. Quentin in 1557 van Emanuel Philibert van Savoye en Egmont, bij Grevelingen in 1558 van Egmont alleen, kwam in April 1559 de vrede van Cateau Cambrésis tot stand.

Deze tijd van 1554—’59, waarin Clusius dus als het ware in de Nederlanden zat opgesloten, is voor zijn verder leven van grote betekenis geweest.

Eerst ging hij in het voorjaar van 1555 nog voor vier maanden naar Leuven, maar de reden van dit bezoek kennen wij niet. Heeft hij de rechtsstudie weer willen opvatten ? Heeft hij zich verder bekwaamd in de medische wetenschap? Het bleven tot heden open vragen. Maar

Carolus Clusius 2

Sluiten