Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoopte privilege en kon de brieven nog in de winter afdrukken.

Verder had Clusius uit Portugal nog een boek meegebracht over Indische planten, geschreven in het Portugees door Garcia da Orta en in 1563 te Goa verschenen.

En uit Valencia had hij de afschriften meegenomen van een aantal inscripties, die hij daar had ontvangen van een Spaans edelman; deze had het merendeel ervan eigenhandig afgeschreven en aan Clusius toegestaan ze over te nemen.

Na de zomermaanden in Antwerpen te hebben doorgebracht vertrok hij in September naar Brugge, gevolg gevend aan een uitnodiging van vrienden. In Brugge zelf waren daar de gebroeders Laurin; buiten Brugge, in Moerkercke, woonde Charles de St. Omer. De gebroeders Laurin bewoonden te Brugge een zeer fraai en ruim huis, waarin Mare zijn zeldzaam-rijke verzamelingen penningen en munten had ondergebracht en waar hij met zijn broer Guy, den jurist en philoloog, in de wintermaanden verbleef. In de zomer vertoefden zij op hun landhuis „Laurocorinthus”, dat buiten de stad lag en waar gelegenheid bestond voor het kweken van bizondere gewassen. Hun fortuin besteedden de gebroeders om kunsten en wetenschappen te bevorderen. Zo werd bijvoorbeeld Hubertus Goltzius uitgezonden naar Frankrijk, Italië en Duitsland, om de numismatische collecties van Mare aan te vullen en werd hij in de gelegenheid gesteld zijn groot werk over de penningkunde te schrijven.

Charles de St. Omer was militair geweest en had zich later op zijn heerlijkheid teruggetrokken, waar hij al zijn tijd en geld besteedde aan kunst en wetenschap en speciaal aan het kweken van planten, waarvan hij een buitengewoon-rijke en zeer fraaie collectie bezat, die hij zich uit binnen- en buitenland had weten te verwerven. Hij liet zelfs van zijn zeldzame planten afbeeldingen schilderen, die in vier folio-delen werden bijeengehouden en getiteld waren „Centuriae plantarum rariorum”. Het plan schijnt te hebben bestaan, dat Clusius daarbij een begeleidende

Sluiten