Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delen, maar eigenlijk is slechts het tweede deel door Ousius bezorgd. Want het eerste deel bevatte de herdruk van reeds vroeger verschenen brieven van Clenardus.

De uitgave van deel II werd door Clusius opgedragen aan Thomas Rehdiger, hetgeen wederom een bewijs is, dat mentor en pupil op de meest vriendschappelijke wijze waren uiteengegaan en met elkaar in contact bleven. Thomas schonk korte tijd later als erkentelijkheid voor de opdracht aan Clusius een kostbaar uurwerk, „perelegans horologium”.

Van Antwerpen was Clusius toen al weer naar Brugge teruggekeerd. En hier overviel hem wederom een ongeluk met het rechterbeen. Hij verwondde het nu zo ernstig, dat men eerst vreesde, dat het gebroken was. Dat was gelukkig niet het geval, maar de wond was toch zo gevaarlijk en de genezing vorderde zo langzaam, dat de patiënt bijna drie maanden op het ziekbed lag en opgesloten zat in zijn slaapkamer. Wel was hij in staat, als de pijnen hem dit toelieten, aan zijn boeken te werken, maar aan alles, wat zich huiten zijn slaapvertrek afspeelde, daaraan kon hij geen werkzaam aandeel nemen en dat was voor dezen actieven mens wel een grote slag.

En wat het leed nog vergrootte: eind Juli ontving hij het bericht van het overlijden van zijn vriend Guillaume Rondelet uit Montpellier. Waarlijk, de zomermaanden van het jaar 1566 waren voor Carolus Ousius niet van de meest aangename!

Sluiten