Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spanje zou aanbieden in ruil voor geloofsvrijheid? Die vergaderingen, waar Calvinisten en Lutheranen samenkwamen, moeten wel in Clusius’ geest zijn geweest. Maar zal hij niet hebben begrepen, dat het uiteindelijke voorstel, om Philips te vragen, zijn geweten door middel van goud tegen pijnlijke knaging te beveiligen, wel wat naïef was ? Of heeft hij een aandeel gehad in de besprekingen, die gevoerd werden tussen Egmont en Oranje aan de ene kant en de voorlopige leiders van de ontevreden elementen aan de andere zijde, onderhandelingen, die tenslotte toch op niets uitliepen, omdat Egmont, royaal en Katholiek als hij was, van geen enkel gewapend verzet wilde weten en omdat Oranje zonder Egmont niets wilde en- kon wagen ?

Wij weten het niet. Wij kunnen slechts gissen, wat Clusius deed in deze periode, waarin hij druk in de weer was, maar niet op wetenschappelijk gebied, en over welk tijdperk in zijn leven hij steeds het diepste stilzwijgen heeft bewaard.

De eerste brief, die hij na deze periode schreef was aan Thomas Rehdiger, om hem te bedanken voor het geschenk, ontvangen voor de opdracht van het tweede deel van Clenardus. In deze brief, van 27 November, schreef hij ook over de toestanden in de Nederlanden en uit zijn woorden blijkt, hoe goed hij op de hoogte was: „Wat er van onze bewegingen te hopen is, zie ik niet. Velen vrezen de komst van den koning. Maar ik weet heel zeker, ofschoon velen het tegendeel menen, dat hij niet voor de aanstaande lente zal komen. Ik hoop, dat er intussen iets goeds zal gebeuren.”

In een brief, aan Crato gericht en op dezelfde datum geschreven, schrijft hij: „Welk einde onze bewegingen zullen hebben, niemand is er, die het weet.”

Dat echter zijn studie hem in deze rumoerige dagen niet losliet, dat bewijzen ook de beide brieven. Want in de brief aan Rehdiger informeerde hij naar merkwaardige stenen, die in de buurt van Lyon gevonden zouden worden en hij schrijft dan: „Als ge dergelijke stenen of andere

Sluiten