Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. 1568—1570:

CLUSIUS IN MECHELEN; HEILIGERLEE; FINANTIËLE MOEILIJKHEDEN

Het jaar 1568 was voor onze vaderlandse geschiedenis een der meest betekenisvolle. De resultaten van de in de laatste maanden van 1567 begonnen processen bleken al beel spoedig. Reeds in Januari vielen de eerste slachtoffers: 84 inwoners van Yalenciennes werden ter dood veroordeeld; bun goederen werden verbeurd verklaard. De Raad van Beroerten bleek reeds de „Bloedraad” te zijn geworden.

De schrik werd nu zo groot, dat wederom duizenden bet land verlieten. Dat waren niet alleen lieden, die werkelijk aandeel hadden gehad aan de Beeldenstorm, of aan het Compromis, of aan de woelingen en plunderingen, of zelfs maar aan de protesten. Neen, zelfs velen, die aan dat alles niet de minste medewerking hadden verleend, namen toch de vlucht, soms alleen, omdat de schijn tegen hen was, omdat zij familieleden waren van medeplichtigen.

Daarentegen maakten anderen van deze gelegenheid gebruik, om zich van persoonlijke vijanden te ontdoen. Een aanwijzing, zonder enige reden uitgebracht, was voldoende. Bovendien, de aanbrengpremie was een niet te verachten vermeerdering van inkomen.

Vrees en wantrouwen waren de meest typerende sentimenten van die dagen. Van enig verzet was geen sprake meer. Zelfs waagde men het niet te klagen, want overal loerde het verraad. In de Nederlanden heerste, wat men

Sluiten