Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heiligerlee, een overwinning van Lodewijk van Nassau op 23 Mei.

Clusius moet de blij de mare met vreugde hebben begroet!

Maar we kennen ook de droesem van de feestwijn: de onthoofding van Egmont en Hoome op 5 Juni, bet trieste resultaat van een versneld proces.

De ontzetting was algemeen en bet lijdt geen twijfel, of ook Clusius zal, al geloofde hij zich bij De Brancion nog zo veilig, de schrik om bet hart zijn geslagen.

De mislukking van de tocht van Willem van Oranje zelf in het Brabantse moet aan Clusius, als hij in het najaar van 1568 nog hoop gehad heeft op herstel van de vroegere toestand, deze wel geheel hebben ontnomen.

Het zal wellicht verbazing wekken, dat Clusius in de Nederlanden woonachtig bleef. Zijn aantekeningen voor de Spaanse Flora kon hij toch ook elders wel uitwerken, zal men zich onwillekeurig afvragen. Dit is ongetwijfeld voor een deel juist. Twee redenen zou ik kunnen aanvoeren voor zijn blijven. In de eerste plaats zou hij door een vlucht naar het buitenland, laat ons zeggen naar Duitsland of Engeland, zijn vermogen verspelen. Dat mag dan niet zo groot zijn geweest, het was niet geheel onbetekenend. Hij zou dan elke basis om zijn bestaan op te funderen, missen. In de tweede plaats zou hij dan verstoken zijn van elk contact met zijn uitgever, aan wien hij, gelijk later bleek, uitermate was gehecht. Daarmede zouden vele mogelijkheden tot uitgave en illustratie van zijn werken vervallen; op zijn minst zou toch het uitgeven bezwaren met zich brengen, gelijk later maar al te zeer is gebleken. Plantijn was buitengewoon goed geoutilleerd voor het uitgeven van botanische werken, vooral omdat bij ook de werken van andere kruidkundigen, bij voorbeeld van Dodonaeus, uitgaf. Herhaalde malen gebruikte bij dezelfde houtblokken voor verluchting, maar hij schroomde kosten noch moeite om de illustratie van de kruidboeken zo goed mogelijk te doen slagen. Clusius was uiterst moeilijk tevreden te stellen op dat punt, man* Plantijn slaagde volkomen.

Sluiten