Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat zullen stellig overwegingen zijn geweest, om Clusius te doen blijven; geheel in het midden gelaten blijft dan nog de vraag, of Clusius bij een eventuële vlucht erin geslaagd zou zijn, zijn aantekeningen mee te nemen.

Trouwens, waar zou hij elders een onderkomen en een tuin hebben gevonden, zooals Jean de Brancion hem deze aanbieden kon, gezwegen nog van de vriendschap, die deze hem toedroeg en van de introducties, die hij hem overal bezorgde ? Van beide leveren de brieven, die De Brancion hem enige jaren later, in Augustus—September 1571, toen Clusius tijdelijk afwezig was, zond meer dan één bewijs.

Maar dat de maanden aan het einde van het jaar 1568 desondanks weinig aangenaam voor Clusius waren, daaraan behoeft niet te worden getwijfeld. Een enkel lichtpunt waren de brieven van Johan Posthius, die in October 1567 met hem in briefwisseling was getreden en hem, behalve een grote genegenheid, ook nog epigrammen aanbood voor een herdruk van de „Aromatum Historia” en voor de te verschijnen Spaanse Flora. Deze briefwisseling heeft meer dan 25 jaren geduurd en was tot het einde toe uitermate hartelijk.

De toestand in de Nederlanden verbeterde in 1569 niet. De Keizer liet ons uit dynastieke overwegingen eigenlijk in de steek, toen zijn verzoeningspogingen door Philips II zonder meer werden afgeslagen; van Franse zijde was na de nederlaag van de Hugenoten en na de dood van Condé niets te verwachten; Elisabeth van Engeland achtte het, nu de zaak van Spanje weer zo gunstig stond, gewenst om naar de andere partij een zwenking uit te voeren, een handelwijze, die altijd zo karakteristiek voor de Engelse politiek is geweest. Alva aarzelde dan ook niet, om de Engelse beminnelijkheid uit te buiten en een trotsonverzoenlijke houding aan te nemen.

Uit de verspreiding van talrijke vlugschriften bleek wel, dat Oranje de moed niet opgaf, maar heel veel meer dan afwachten kon hij niet. Alva van zijn kant profiteerde van de omstandigheden om de plannen van Philips door te voeren en diens streven naar absolutisme te steunen.

Sluiten