Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. 1571—1573:

REIS NAAR ENGELAND; DEN BRIEL; MECHELEN GEPLUNDERD; CLUSIUS VERLAAT DE NEDERLANDEN

Aan het einde van het vorige hoofdstuk moest worden gewezen op de uiterst droevige finantiële positie van Carolus Clusius en wat Thomas Rehdiger in deze tragische omstandigheden voor hem heeft betekend. Het jaar 1571 zag van de grote genegenheid van Rehdiger voor zijn vroegeren mentor nog meer bewijzen. De bede, die Clusius tot Rehdiger had gericht, is zeker niet onverhoord gebleven. Daarvoor staat de zo genereuze aard van Rehdiger borg; hen, die menen, dat dit niet overtuigend is, zullen zeker de gebeurtenissen van het jaar 1571 tot erkentenis brengen.

In Januari van dat jaar verscheen eindelijk de kaart van Spanje. Reeds in October 1569 had Abrahamus Ortelius het werk van Clusius aan den kaartsnijder gegeven, voorzien van de toevoeging „ex diligentia et peregrinatione Caroli Clusii A”. De kaart, groot ruim 80 bij ruim 100 cm, is gemaakt door de gebroeders Ioannes en Lucas a Duetecom en behoort nu, aangezien er maar twee exemplaren meer van hekend zijn, tot de grootste cartographische zeldzaamheden. Het officiële jaartal van verschijnen is 1570, maar verder is op de kaart aangegeven: „Antverpiae cum privilegio ad sexennium 1571”, waaruit men zou moeten afleiden — en een brief van Clusius aan Rehdiger bevestigt dit vermoeden —, dat het afkomen van het privilege langer op zich had laten wachten, dan oorspronkelijk werd vermoed.

Sluiten