Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar het kan niet anders: hij moet dit alles hebben meegeleefd, meegehoopt, meegevreesd. Wapengeweld en soldateske ruwheid, zij lagen hem verre. Maar de gebeurtenissen, die zich zo pal voor zijn ogen afspeelden, ze kunnen hem niet onberoerd hebben gelaten. De intocht van den Prins na de treurmare van de Bartholomeusnacht, het weer uitrijden tot ontzet van het bedreigde Bergen en de weerkeer van den tot machteloosheid gedoemden Oranje, Glusius moet ze hebben gezien!

En als de 2e October Don Frederik Mechelen binnenrukt en de stad, die de troepen van Oranje doortocht verleende, aan zijn Spaanse benden ter plundering prijsgeeft, moet Clusius hebben gevreesd voor zijn schatten, wellicht voor zijn leven. Hij bleef gespaard, danlr zij de onaantastbare naam van Jean de Brancion; hem overkwam geen letsel. Maar de van bijna alles beroofde Dodonaeus was daar om hem te tonen, hoe hij was ontsnapt aan een verschrikkelijk gevaar. De leeggeroofde huizen rondom hem, de in verslagenheid neerzittende, tot radeloosheid gebrachte bewoners, zij moeten een zware beproeving zijn geweest voor zijn verworven resignatie. Een man zonder hoop moet daar in Mechelen door Don Frederik, toen hij verder was getrokken naar het Noorden, zijn achtergelaten. Waarlijk, wat had Clusius nog te verwachten van het leven?

En toch lichtte de nieuwe morgen!

In het begin van 1573 kwam er verbetering in zijn finantiële positie door het overlijden van zijn vader Michel de l’Escluse. Natuurlijk vervielen hierdoor de geldelijke verplichtingen, die hij op zich had genomen; het leen, waarvan hij reeds vroeger de inkomsten had genoten, viel hem als oudste zoon nu rechtens toe en waarschijnlijk kon Clusius nu ook nog rekenen op andere vaste inkomsten. Hij kon nu ook, nu deze familiebetrekking hem niet meer bond aan de Nederlanden, zich losmaken van zijn geboorteland. Innige en intieme relaties had hij nooit met broers en zusters onderhouden.Trouwens zijn broer Bernard had zich vroeger al in Houaan gevestigd.

Sluiten