Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clusius kon nu gehoor geven aan een oproep, die hem reeds aan het einde van 1572 moet hebben bereikt. Het voorjaar van 1573 gebruikte hij om zijn vertrek uit de Nederlanden voor te bereiden naar het hof van den Keizer te Wenen.

Aan het eind van Mei berichtte hij over zijn plannen aan Crato. Hij bevond zich toen te Armentières, waarheen hij zich had begeven om de vaderlijke erfenis te regelen. Het was zijn plan om eerst naar Mechelen te gaan en daar zijn zaken in orde te brengen om zich vervolgens op reis te begeven naar zijn nieuwe woonplaats. Hij vroeg Crato om voor een keizerlijk vrijgeleide te zorgen, opdat hem onderweg door Duitsland geen overlast zou worden aangedaan en hij niet zou worden gehinderd in het vervolgen van zijn tocht.

Niet alleen te Mechelen, ook te Antwerpen had hij zaken te doen. Want hij had de rust van de winter en het ontbreken van noodzakelijke tuinarbeid gebruikt, om het plan te volvoeren, dat hij sedert zijn Engelse reis had gekoesterd: hij had de werken van Monardes uit het Spaans in het Latijn vertaald en verkort onder de titel „De Simplicibus Medicamentis”. Het manuscript stelde hij in het voorjaar van 1573 aan Plantijn ter hand. Zo had deze dus twee werken van Clusius gereed liggen om gedrukt te worden.

Maar blijkbaar was het niet zo eenvoudig, om de zaken te Mechelen af te wikkelen; het kan ook zijn, dat Clusius zo lang wachtte op zijn paspoort, want onmiddellijk nadat hij dit had ontvangen, reisde hij 2 September af.

Toch zal Clusius ondanks zijn eigen beslommeringen de gebeurtenissen in Holland met belangstelling en met innige droefenis hebben gadegeslagen. Immers, daar waren, nadat in Juli 1572 te Dordrecht de Staten in vergadering waren bijeengekomen en Willem van Oranje als stadhouder hadden erkend, nog in November en December Zutfen uitgemoord, de andere Overijselse en Gelderse steden weer naar Spanje overgelopen, Naarden geplunderd en verbrand. Daar was, na maanden van dappere weerstand en

Sluiten