Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX. 1582—1588:

ENIGE VERTALINGEN EN HERDRUKKEN; DE OOSTENRIJKSE FLORA; DE BRIEFWISSELING MET JEAN DE MOUTON EN JEHAN DE BOSQUIEL; VERTREK UIT WENEN

De drie 'werken, waarvan in het vorig hoofdstuk melding is gemaakt, verschenen alle in 1582. In de eerste plaats zag het licht de bewerking van het derde deel van het werk van Monardes, dat in de Latijnse vertaling van Clusius heet: „Simplicium Medicamentorum ex novo orbe delatorum, quorum in medicina usus est, historiae liber tertius”. Het werkje, van zeer geringe omvang en opgedragen aan Philip Sidney en Ed. Drier — beide waren hem van grote dienst geweest tijdens zijn laatste verblijf in Engeland bij zijn botaniseertochten —, bevat uiteenzettingen over Amerikaanse geneesmiddelen van plantaardige afkomst, zoals ananas, gember, vijg en zonnebloem.

Ten tweede verscheen bij Plantijn een boekje, nog iets kleiner dan het vorige en opgedragen aan Balthasar de Batthyèny. Gelijk het titelblad: „Caroli Clusii Atreb. Ahquot notae in Garciae Aromatum Historiam”, reeds aangeeft, was het bedoeld als een aanvulling op het werk van Garcia da Orta, maar het was een oorspronkelijk werk van Clusius. Het bevatte: „Beschrijvingen van denzelfden van enige planten en van andere uitheemse zaken, die door den edelen heer Francis Drake, een Engels edelman, en door hen zijn waargenomen, die hem op die grote zeetocht, waarin hij enige jaren geleden de gehele wereld is rondgegaan, hebben begeleid, en van enige vreemde vruchten,

Sluiten