Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X. 1588—1593:

VERBLIJF TE FRANKFORT; BENOEMING TE LEIDEN;

DE GEZAMENLIJKE EDITIE DER VERTALINGEN

Waar precies Carolus Clusius zich in Frankfort vestigde, is met weinig zekerheid mede te delen. Zijn brieven werden voorlopig bezorgd hij Jan Aubrij, „libraire de 1’empereur, sur le marché au bois”. Maar Mijkbaar kon hij nergens een geschikt onderdak vinden, want bij veranderde herhaaldelijk van woonplaats. Gezien zijn leeftijd en zijn wankele gezondheid, hoewel deze in het najaar van 1588 wel een weinig verbeterde, is dat volkomen begrijpelijk.

Dat hij wel langzamerhand op gevorderde leeftijd was gekomen, maar dat zijn roem zeker niet tanende was, blijkt heel duidelijk uit een brief van Posthius, waarin deze hem vroeg om een korte biographie bij zijn portret voor een werk, getiteld „Imagines doctorum virorum”, dat te Straatsburg zou verschijnen. Clusius heeft hieraan met zijn bekende welwillendheid voldaan en daardoor bezitten wij nu nog de eigenhandige, beknopte levensbeschrijving van onzen botanist, omdat hij de opzet ervan schreef op de achterzijde van de bovengemelde brief van Posthius. Maar merkwaardigerwijze bevat het boek, dat in 1589 inderdaad het licht zag, geen portret van Carolus Clusius!

Van hetgeen er in Wenen gebeurde, hield de weduwe Aicholtz hem terdege op de hoogte en andere vrienden bezorgden hem voortdurend nieuws uit de Nederlanden, Italië of Frankrijk.

Een groot deel van zijn tijd, voorzover zijn gezondheid dat natuurlijk toeliet, besteedde hij aan de tuin, die hij zich ook in Frankfort had ingericht, maar eek groot

Carolus Clusius 7

Sluiten