Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de volgende brief van 25 Febr. 1589 komt bij op dit onderwerp terug: „U y a deulx ans que mon estant a Bruxelles je dys a Monsr. Boisot comment le rosier sans espine se trouvoit a fracfort car madame d’Evre (qui est fille a Monsr. de Bailleul) m’en avoit asseuré: voire m’avoit promis qu’elle en escrypvroit a son pere affin que nous en puissions recouvrer, ce que je croy qu’elle a oublyé, car je n’en ay rien recentu et n’ay point vu ladite dame depuis ce tans la: s’il ce povoit faire qu’environ 1’automne au le commencement de 1’hyver nous en peussions recouvrer quelque branchette rascbinee (car ce tans icy (comme vous scavez) n’est point propre) je vous en pryeroye voluntiers ou au dit Sr. de Bailleul, pour essayer si nous n’en scaurions allever par deca: voire sy notre Sr. permect que nous vivrons encore en ce tans la”.

In 1589 herleefde ook de briefwisseling met den ouden Gaspar Peucer, den schoonzoon van Melanchthon, professor in de medicijnen en de wiskunde te Wittenberg, bij wien Clusius veertig jaren tevoren had ingewoond. Zij hadden elkander in zeven-en-twintig jaar niet geschreven en hoogstwaarschijnlijk in nog langer tijd niet gezien, toen zij elkaar weer in Frankfort troffen.

De eerste brief van Peucer vloeide over van vreugde over dat weerzien, en tegelijkertijd van droefenis, dat hij op de terugweg niet had kunnen aankomen, omdat zijn reisgezelschap zo’n haast had. Daardoor was hem de gelegenheid ontnomen om gesprekken te voeren, „zowel geleerde over onze studie, als politieke over de huidige toestand”. Hij smeekte nu om de vriendschap toch weer aan te houden, „terwijl door burgerkrijg de christenwereld, door afschuwelijke tweedracht en haat de kerk in brand staat”.

Dat ook Clusius het hersteld contact op prijs stelde, bewees hij door het zenden van een exemplaar van zijn boek van Bellon. In Peucers dankschrijven voor dat geschenk is de volgende passage het memoreren waard: „Als ge over de toestand in de Nederlanden en Frankrijk nieuws hebt, meld het mij. Er lopen geruchten, maar ze zijn alle van

Sluiten