Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clusius ook, hun heil en troost zochten in de wetenschap, het gemenebest der letteren. Daar heerste oprechte vriendschap dikwijls, daar was wederzijds hulpbetoon, daar was waarachtige vreugde over de resultaten, door een ander bereikt. Geheel in tegenstelling met het uiteengerukte, gerafelde weefsel, dat de politieke toestand te aanschouwen geeft, schijnt de wetenschap van die dagen voort te borduren op een sterk stramien, dat in de onderlinge vriendschap en waardering van gQ&’beoefenaars een hechte steun vond.

Een grote slag voor Gusius was de dood van Balthasar de Batthyany, die in het begin van Februari 1590 plotseling overleed. Het zo onverwacht heengaan van dezen man, die hem een machtig en genereus beschermer, een trouwe en toegewijde vriend, een medelevend en hulpvaardig metgezel op talrijke tochten en een onbekrompen gastheer bij zijn vele bezoeken op diens landgoederen was geweest, gaf Gusius zeer veel verdriet. Niet alleen vriendschap voor zich zelf, ook heel veel steun en ondersteuning had hij immers ontvangen van De Batthyany bij zijn wetenschappelijke arbeid en dit laatste woog bij Gusius zeker evenveel als het eerste. Met zijn Oostenrijkse jaren was deze Maecenas onverbrekelijk samengeweven. Zonder hem was de Oostenrijkse Flora niet de belangrijke, baanbrekende cultuurarbeid geworden, waarvoor Gusius nu bij de geleerden van zijn tijd zulk een welverdiende reputatie genoot.

Maar al belemmerde zijn gezondheidstoestand hem in zijn bewegingen, al was zijn mankheid voorgoed een onoverkomelijke handicap voor grote zwerftochten, zoals hij ze in vroeger jaren zo vele had ondernomen, Gusius’ arbeidzaamheid, zijn zeldzame werkdrift en werkkracht verslapten niet.

Theod. de Bry in Frankfort gaf in 1590 uit: „A briefe and true report of the new found land of Virginia, of the commodities and of the nature and manners of the natural inhabitants. Discovered by the English colony in the yeere 1585 at the special charge and direction of the honourable

Sluiten