Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI. 1593—1597:

DE EERSTE JAREN TE LEIDEN; CLUSIUS’ GEZONDHEID, ZIJN VRIENDEN, ZIJN WERK; DE INRICHTING VAN DE HORTUS

De 19e October kwam Carolus Clusius in Leiden aan. Nam hij zijn intrek in het huis van Marie de Brimeu? Wij weten het niet zeker, maar vermoedelijk heeft Clusius van haar heus aanbod geen gebruik gemaakt. De eer schijnt te beurt te zijn gevallen aan Joh. van Hoghelande.

Maar dit verblijf was toch maar van korte duur. Clusius wist zeer goed, dat zijn gezondheid dusdanig was, dat hij een ander spoedig tot last zou moeten zijn. Daarom zocht hij een passend onderdak, waar hij de aan zijn persoon bestede zorgen zou kunnen vergoeden en hij vond dit op de Pieterskerkgracht ten huize van mevrouw Stockius, de weduwe van Nicolaes Stockius, in leven rector der Latijnse school. Deze was kort tevoren, in September, overleden en blijkbaar waren de geldelijke omstandigheden van de nagelaten weduwe niet van dien aard, dat de verdiensten, verbonden aan het houden van een commensaal, niet een welkome aanvulling van de inkomsten waren. Het schijnt, dat de hospita er goed in geslaagd is, om het Clusius naar de zin te maken, want van verhuizing is, voorzover we weten, nooit sprake geweest.

Dat is wel een zeer hizondere prestatie van mevrouw Stockius geweest, gezien hoe dikwijls Clusius in zijn Frankforter jaren van woonplaats is veranderd, gezien ook het feit, dat èn de gezondheid èn het humeur van Clusius in de zestien levensjaren, die hem in Leiden nog beschoren waren, er niet op verbeterden.

Sluiten