Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en jalousie. Ook met anderen was de verhouding niet best. Vanwaar anders uitlatingen als: „Als ik dat had geweten, had ik hier nooit een been gezet”, of „Als ik had kunnen ruiken, dat ik door hen, die mij hebben uitgenoodigd, zo ontvangen zou worden, zou ik nooit van mijn vermogen (al was het dan ook klein) afstand hebben gedaan”.

Zeer spoedig zagen Curatoren in, dat van werkelijke arbeid van Clusius ten behoeve van de kruidtuin geen sprake zou kunnen zijn. In Maart 1594, toen de geschikte tijd dus aanbrak om de tuin te bezaaien en te beplanten, vervoegden zich de professoren in de medicijnen bij Clusius om te beraadslagen over de te nemen maatregelen. Men kwam tot bet gezamenlijk besluit, dat aan Clusius een plaatsvervangende onder-directeur moest worden gegeven, die de zorg voor de tuin zou krijgen, de gezonden zaden zou ontvangen en op de juiste tijd uitzaaien, bet rijpe zaad zou verzamelen, studenten en belangstellenden zou toelaten, de noodzakelijke arbeid als sproeien, wieden en dergelijke zou doen verrichten.

Hoewel Clusius slechts met de grootste moeite kon uitgaan, beloofde hij toch, dat bij aanwezig zou zijn, wanneer de tuin in afdelingen en perken zou worden verdeeld, dat bij met raadgevingen zou helpen, dat hij bij zijn vrienden er op zou aandringen en ben zou schrijven, om jaarlijks zaad te zenden en dat bij zelf het volgend jaar, als de bollen zonder schade uit de grond genomen konden worden, een deel van zijn liefhebberij naar de publieke tuin zou overbrengen.

Kort daarop besloot men om „Dirc Outgaerts. Cluyt, apothecaris, tot behulp D. Clusii aen te nemen, tot bevorderinge ende onderhout van des universiteyts cruythoff.... opte volgende conditiën, te weten: dat hy mit raed, goetduncken ende onder t geboth D. Clusii des universiteyts cruythoff ten meesten eere van dien, dienste ende vorderinge van tstudium der medicynen zal helpen ordonneren, beginnen ende innestellen ende zulx de zorge ende opsichte van dien annemen, hebben ende dragen, den slotel van dien in zijn bewaringe hebbende, die voor’t

Sluiten