Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. 1598—1604:

DOOD VAN CLUYT EN REGELING VAN DE PRAEFECTUUR VAN DE HORTUS; „RARIORUM PLANTARUM HISTORIA”; FAMILIE-HETREKKINGEN

In Juni 1598 stierf plotseling Dirc Cluyt, de behulpzame en bekwame adjunct van Carolus Glusius. Een zeventiental studenten, „algemeine studenten in de faculteyt van de Medicine”, zonden toen een request aan Curatoren, om in plaats van den overledene te benoemen diens zoon Outgaert, „genouchsaem vernomen hebbende boe hij in de Grieksche ende Latijnscbe tale beboorbjck ervaren is, daer naer brieven geleesen hebbende, waerin by schrijft boe hem den hoochsten graet van apoteeckerye geoffereert is geweest tot Monspeliers, alwaer by een gants jaer by des koonincx apoteecker gedient heeft, twelckhy weigerde, opdat hy in de medecyne mocbte voortstudeeren;.... dat bet meesten deel van onse medebtmaten bem bicans altijt in de plaetse van sijn vader gebruickt hebben, affirmeerende hem sijn vader in dees saké altesamen genouchsaem gehjck te weesen, jae zelfs booven te gaen; by wien by van jonckheyt af tot sijn 19 jaren onder de minerale, drogen, cruiden ende bloemen verkeert beeft”. Verder verzekerden zij, dat hij door zijn bekendheid met buitenlandse botanici en met Clusius, Paludanus en Lobebus in staat zou zijn de hof nog te verbeteren en te vermeerderen.

Ook de jonge Cluyt had blijkbaar wel lust in de betrekking, waarvoor men ten zijnen behoeve requestreerde, want adressanten wisten te verzekeren, dat het in zijn

Carolus Clusius 9

Sluiten