Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krenckinge en afbreeckinge des algemeen viants, en oversulcx geresolveert waeren, een gemene hooftquotisatie te doen over de gene, die van bequaem middel en vermogen souden wesen, omme van haere goeden ende incommen tot des gemene besten te fumeren seeckere somme van penningen naer advenant de waerde van de selve haere goederen” en de Professoren het besluit namen, „wetende dat de meninge van mine Ed. Mog. heeren Staten is, dat een ygelic wel geaffectionneerde ten welstande van dese landen tot foumissement van de selve quotisatie vriwillichlick en tot exempel van alle anderen soude begroten een somme naer sijn vermogen ende de gunste, die hi dragende is tot de goede uytcomste van de gemene saecke”, om „vrymoedelic, liberaelic en tot exempel van anderen te contribueren de somme van twee duysent Kar. guldens”, daarbij natuurlijk zich „wel goet verseeckert houdende, dat syluden volgens de privilegiën ende statuten der selve Universiteit tot allen tijden in de vridom ende exemptien van alle contributien bi de Ed.Mog. heren Staten volcomelic sullen werden gestijft, bevesticht ende gemainteneert, ende wetende, dat de selve quotisatie anders niet en geschiet, dan deur uterlicke dringende noot”.

In de series lectionum, Maart 1599, vinden we in verband met de botanische studie de volgende mededelingen : „Petrus Paaw, Botanica, Stirpium nimirum examen in Horto publico” en bij Gerardus Bontius „feriatis diebus Galenum de Simplicium Medicamentorum facultatibus”.

Gedurende de zomer van 1598 werkte Clusius aan een nieuwe vertaling. In het voorjaar was bij Comelis Claesz te Amsterdam uitgegeven de later zo bekend geworden «Waerachtighe Beschryvinghe van drie seylagien, ter werelt noyt soo vreemt ghehoort” door Gerrit de Veer, waarin een relaas werd gegeven van de drie tochten door Nederlandse schepen ondernomen om door het Noorden de weg naar Indië te vinden en van welke de derde, hoewel de minst geslaagde, de meest bekende werd door de overwintering op Nova Zembla.

Sluiten