Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wast met tacxkens ende bladeren ende te vraegen hoedat sij daer noemen.

Item tacxkens van alle andere soorte van boomen die VTemd syn, ende daer wassen met bloemen bladeren ende vruchten, soo mogelyck was de fatsoen vande boomen te teeckenen, oft sij groot ofte cleyn syn, inde winter groen blijven ofte niet. Haer naeme op haer maniere, ende waer toe sij te gebruycken.

Dan alle dese dingen moet men weten, om wel te connen beschrijven.

Men vindt oock in zee sommich gewas, gelijck cleyne boomkens van diversche soorten ende coleuren die vremt omte sien sijn, die waeren oock goet met gebracht.

Item diversche soorten vremde visch, wan sij niet groot waeren.

In somma die neersticb sijn, sullen genoch vinden ommet te brengen.

Daer wassen oock veele andere boomen ende vruchten die dienen met gebrocht te werden, als men den naeme wist, ende waertoe sij goet sijn.

De resultaten van dit verzamelen legde hij later neer in zijn boek „Exoticorum libri decem”. Reeds in 1602 heeft hij het plan voor dit tweede deel zijner verzamelde werken opgevat, hoewel Moretus aanvankelijk weinig daarvoor voelde.

In ditzelfde jaar 1602 rezen er moeilijkheden in verband met de Hortus. Maar ik geloof niet, dat Clusius in deze kwestie een rol heeft gespeeld. Ik vermoed veeleer, dat het hieronder vermelde citaat betrekking heeft op een stemming-maken ten behoeve van den jongen Cluyt.

In de Resoluties van Curatoren van dat jaar is namelijk het volgende opgetekend: „Opt te kennen geven en wegen D. Petrus Paau, Professor Medicinae ende Praefectus Horti medici, als dat hy nu enige jaeren gehadt hebbende de prefecture van den Hoff der medecinen, beducht was off eensdeels verstaen hadde, dat enige andere sijne quaetwillige hem der selve soude soeken te ontrecken onder

Sluiten