Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tevergeefs poogde Maurits in het voorjaar van 1605 Antwerpen te verrassen. Toen dat mislukte, wierp hij troepen in Vlaanderen. Maar Spinola liet een leger onder Van den Bergh in het Zuiden achter en trok zelf dwars door het Keulse en Gulikse over de Rijn, waarna hij Oldenzaal verraste en Lingen innam.

Deze stoutmoedige onderneming verwekte in geheel het Oosten en Noorden des lands de grootste ontsteltenis. Overijsel, Groningen en Friesland voelden zich bedreigd, Willem Lodewijk vreesde een Spaanse inval in Groningen of Drente. Maurits verliet snel Vlaanderen, verenigde zijn troepen met die van Willem Lodewijk en legerde zich bij Coevorden. Spinola trok af, de Spaanse aanslagen op Grave en Bergen op Zoom mislukten en het gevaar, dat zich waarlijk gedurende geruime tijd ernstig had laten aanzien, was bezworen.

Maar de Staten hadden begrepen, dat de oorlog meer inspanning zou gaan eisen dan voorheen was aangewend. Inderdaad rukte Spinola in het begin van de zomer van 1606 wederom op, om tegelijk de IJsel en de Waal over te trekken en Maurits in het Utrechtse terug te werpen. Wel mislukte dit laatste door Maurits uitstekend getroffen maatregelen, maar Lochem, Groenloo en Rijnberk vielen toch in ’s vijands handen.

Maurits kon Lochem weliswaar heroveren, maar moest het beleg voor Groenloo opheffen, toen de Spanjaarden wederom dreigend kwamen opzetten.

De houding, die Prins Maurits in deze jaren in krijgszaken aannam, vond weinig waardering. Spinola’s roem verduisterde stellig de grote naam van den Nederlandsen veldheer, al kon hij door gebrek aan geld en door oproer onder zijn soldaten niet die grote draagwijdte aan zijn plannen geven, als hij gaarne had gewild en die stellig ook in overeenstemming met zijn capaciteiten ware geweest.

Clusius leed in 1605 een groot verlies door het overlijden van Marie de Brimeu, hertogin van Aerschot. In 1598, toen zij nog in Den Haag woonde, had Clusius haar nog

Sluiten