Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

]pen, naar de kust van Guinee (1597—*98) en naar de Indische Archipel (1599—1601 en 1603—1606) had gemaakt. De journalen van de Indische reizen zijn slechts fragmentarisch bewaard gebleven, dat van de Afrikaanse reis van Van der Haghen kennen we slechts uit het excerpt van Carolus Clusius!

In 1619 publiceerde Joch. Morsius door bemiddeling van Jacques de 1’Escluse, den jongsten zoon van Bemard de 1’Escluse, een beschrijving van Vlaams Frankrijk, onder de titel „Summi Botanici Caroli Glusi Galliae Belgicae corographica descriptio posthuma”, een werkje, dat dus ook tot Clusius’ nalatenschap behoorde.

En als laatste arbeid van den groten botanicus kwam in 1630 in het „Herbarium Horstianum” nog uit: „Appendix cultori plantarum exoticarum necessaria”, gegevens dus voor het kweken van vreemde gewassen. Het is de eerste uitgcve van een instructie, die Clusius in 1580 had gegeven aan Lodewijk van de Rijnpalz. Het kwam nu, na vijftig jaren, de reeks van publicaties afsluiten*

Nadat in 1609 het werkzaam leven van Clusius was voleindigd, was in 1630 ook zijn geestelijk erfgoed aan de mensheid gegeven.

Een merkwaardig leven van een bizonder mens, een pioniersbestaan was daarmede ten einde toe voltooid.

Moge zijn toewijding en energie, zijn werkkracht en liefde voor de wetenschap velen nog tot een voorbeeld zijn!

Sluiten