Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER VERANTWOORDING

Gelijk elke publicatie over Carolus Clusius is ook dit boek voornamelijk opgebouwd uit materiaal, dat door Clusius zelf is verstrekt: zijn boeken en zijn brieven.

Men make zich echter geen grote voorstelling van de publicaties over Carolus Clusius, want de meeste zijn van geringe omvang en betekenen voor de kennis van deze persoon weinig of niets.

De oudste studie van enig belang gaf Eduard Morren, namelijk een opstel, getiteld „Charles de 1’Escluse, sa vie et ses oeuvres” in „Bulletin de la Fédération des Sociétés d’Horticulture de Belgique” (1875).

Waardevolwas in 1900 het werk van Istvanffi: „Études et commentaires sur le Code de 1’Escluse”.

Maar het werk, dat het gehele feitenmateriaal aangaande Carolus Clusius samenvatte, een boek, waaraan na meer dan tien jaren nog nauwelijks iets is toe te voegen, kwam in 1927. Het was het buitengewone werk van Dr. F. W. T. Hunger, getiteld „Charles de 1’Escluse” (’s Gravenhage, Mart. NijhofF).

Deze is het ook geweest, die mij in 1925, toen ik bezig was met de figuur van Bernardus Paludanus, opmerkzaam heeft gemaakt op Carolus Clusius en mij later een leidsman werd op het zo interessante gebied der historische botanie. Zijn grote kennis van deze materie, waarvan ik gedurende jaren van samenwerking zoveel heb kunnen profiteren, is ook de grondslag geworden van dit boek.

Aan hem in dankbaarheid deze arbeid te kunnen opdragen, was mij een bizonder voorrecht.

Van de brieven van en aan Clusius, die tot heden zijn uitgegeven, mogen, behalve de in bovengenoemde werken afgedrukte, vermeld worden die in:

P. Bergmans, Quatorze lettres inédites du compositeur Philippe de Monte (Mémoires del’Académie royale de Belgique, 1921).

Sluiten