Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS der Besmettelijke-Ziektenwet S. 1928, no. 265 o.a. met betrekking tot de vaccinatievoorschriften.

De Memorie van Toelichting op het ontwerp Besmettelijke-Ziektenwet behelst de volgende algemeene beschouwingen.

Drieërlei wetten dienen om het Nederlandsche volk te beschermen tegen besmettelijke ziekten. De wet van 4 December 1872 (Staatsblad n°. 134), houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten; de wet van 26 April 1884 (Staatsblad n°. 80), «houdende buitengewone maatregelen tot afwending van eenige besmettelijke ziekten en tot wering harer uitbreiding en gevolgen; en de wet van 28 Maart 1877 (Staatsblad n°. 35) tot wering van besmetting door uit zee aankomende schepen. Laatstgenoemde wet is bij de wet van 31 Juli 1915 (Staatsblad n°. 346) gemoderniseerd en kan hier verder buiten bespreking blijven, zoowel omdat zij een verjongingskuur heeft ondergaan als omdat zij materieel en formeel steeds scherp gescheiden was van de beide eerstgenoemde wetten.

Het gaat thans alleen om de eerste twee wetten.

Deze wetten zijn, wat grondslag en structuur betreft, zeer verouderd. Dit bezwaar geldt het meest de wet van 1872. De wet van 1884 is uitermate rekbaar en laat groote vrijheid van beweging, maar desniettemin is zij zelve verouderd en vormt zij met de wet van 1872 een wonderlijk rammelend samenstel van wetgeving, waarmede de praktijk zich zoo goed mogelijk heeft weten te redden, dank zij de vaagheid van de wet van 1884. 1

De wet van 1872 noemt een zevental ziekten als besmettelijke ziekten en geeft voor deze gelijke voorschriften. De voortgang der wetenschap heeft evenwel geleerd, dat deze 7 ziekten

1 Zie wat de in deze, thans vervallen, wet behandelde materie betreft, de artt. 17 en 31 van de Besmettelijke-Ziektenwet S. 1928, n°. 265.

Sluiten