Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou in een gemeente het aantal grooter worden * dan moet de verantwoordelijke Minister eerst onderzoeken of ook lichtvaardig bewijzen zijn afgegeven, d. w. z. op verzoeken, die niet aan de wettelijke bepalingen voldeden of waarbij kennelijk misleiding plaats vond. Deze oplossing is goeddeels ontleend aan het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 1872, dat is ingediend bij Koninklijke boodschap van 11 Maart 1903 (Zitting 1902/1903, n°. 136) zooals dat ontwerp na het overleg met de commissie van voorbereiding is gewijzigd. (Zitting 1904/1905, n°. 28.) (M. v. T.)

— Bij gewijzigd ontwerp is de plicht tot revaccinatie opgenomen, voor zooveel betreft onderwijzers en onderwijzeressen, alsmede leerlingen boven 11 jaar. Het behoeft — aldus de M. v. A. — geen betoog, dat hierdoor de immuniteitstoestand van het Nederlandsche volk een groote verbetering zal ondergaan. Voor zoover de onderzoekingen reiken, mag worden aangenomen, dat de immuniteit, verkregen door revaccinatie, veel langer duurt dan die, verkregen door vaccinatie.

Bij dit ontwerp is eveneens gewijzigd de regeling van de vrijstelling van vaccinatie.

Zij, die vaccinatie in strijd achten met Gods gebod, zullen ook alle soorten van verzekering ongeoorloofd achten. Zoo wordt een objectief criterium verkregen, waardoor volstaan kan worden met een schriftelijke verklaring van den verzoeker, dat op grond van zijn godsdienstige overtuiging hij nooh zijn minderjarige kinderen op eenigerlei wijze tegen de geldelijke gevolgen van eenige persoonlijke of zakelijke ramp of ongeval door hem of door zijn echtgenoote of met zijn medewerking door derden zijn verzekerd. Het model voor deze verklaring moet worden vastgesteld bij Koninklijk besluit, opdat geen twijfel mogelijk zij aangaande omvang en aard van de levenspraktijk, die als bewijs van echtheid van het gewetensbezwaar zal gelden. De burgemeester zal volgens het gewijzigde ontwerp een onderzoek kunnen instellen. Is de verklaring in strijd met de waarheid, dan zal hij, die haar deed, strafbaar zijn. (M. v. A.)

— Door aftreding van het ministerie bleef het ontwerp rusten, totdat bij brief van 7/16 Februari 1927 (Bijl. Hand. IIe Kamer 1926/’27

Sluiten