Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3

In afwachting van een conclusie kunnen reeds niemand hinderende beveiligingsmaatregelen als bijv. ontsmetting van lijf- of beddegoed, van se-of excreta worden genomen. (M. v. T.)

— Voor het geval van vermoeden van een endemische ziekte is de kennisgeving, op aandrang, uitgeoefend in het V. V., geschrapt; voor dit geval behelst het tweede lid de opdracht aan den behandelenden geneeskundige, onverwijld maatregelen te nemen om de uitbreiding der vermoede ziekte te voorkomen. Ten aanzien van de exotische, zooveel gevaarlijker ziekte, is kennisgeving van het vermoeden behouden, terwille van een spoediger zekerheid. Aan het eerste lid is voor het geval van vermoeden van een exotische ziekte een slotzin toegevoegd, waarin een beroep wordt gedaan op de medewerking van den geneeskundige.

Ten slotte is de plicht van den medicus ten aanzien van de endemische ziekten beperkt tot hetgeen hij bij een door hem behandeld persoon waarneemt. In verband met het zooveel grootere gevaar, dat van de exotische ziekten dreigt, is die beperking met betrekking tot deze ziekten weggelaten. (M. v. A.)

Art. 3. 1. Een lijder aan een besmettelijke ziekte van groep A wordt afgezonderd en verpleegd in een openbare of andere inrichting, bestemd voor de verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten. Indien evenwel de behandelende geneeskundige verklaart, dat de lijder niet vervoerbaar is, worden ten aanzien van den lijder en zijn verblijf maatregelen van afzondering toegepast. De afzondering duurt totdat een door den burgemeester onder goedkeuring van den inspecteur aangewezen geneeskundige of de inspecteur schriftelijk aan den burgemeester verklaard heeft, dat het gevaar voor besmetting geweken is.

2. Indien de lijder in een inrichting wordt verpleegd, worden bij hem, met uitzondering van den behandelenden ge-

Sluiten