Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 4

doelde zouden zijn om het gevaar te bezweren.

Bij een volgend ontwerp werd echter de volle verantwoordelijkheid gelegd op den burgemeester, die zal moeten beslissen, welke van de in het vierde lid genoemde middelen hij zal toepassen. De inspecteur zal natuurlijk moeten toezien, maar hij zal niet kunnen dwingen.

Een poging om bij amendement den inspecteur de bedoelde bevoegdheid alsnog te geven , mislukte.

Art. 4. 1. Een lijder aan een ziekte van groep B kan in zijn woning, zijn vaartuig of voertuig verpleegd worden. De behandelende geneeskundige schrij ft maatregelen voor om uitbreiding der ziekte te weren.

2. Indien de behandelende geneeskundige of een door den burgemeester onder goedkeuring van den inspecteur aangewezen geneeskundige of de inspecteur aan den burgemeester bericht, dat de noodige maatregelen om uitbreiding van de ziekte te weren, niet voldoende worden of kunnen worden toegepast, kan de burgemeester op advies van een dier geneeskundigen of van den inspecteur den lijder doen overbrengen naar een openbare of andere inrichting, bestemd voor de verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten, totdat die geneeskundige of de inspecteur heeft verklaard, dat het gevaar voor besmetting is geweken.

3. Indien de burgemeester niet binnen 24 uren aan het advies van den inspecteur gevolg heeft gegeven, kan deze de beslissing van Onzen Minister vragen.

4. De lijder, wiens overbrenging is gelast, of, indien de lijder een minderjarige is, een meerderjarig verzorger kan, zoodra hij van den last tot overbrenging

Sluiten