Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6

incubatie-tijdperk vrij was gebleven van de ziekte. Het is niet te verwonderen, dat men vroeger deze gevallen toeschreef aan besmette \ goederen, waaraan men thans reeds minder denkt, omdat het leven van de ziektekiemen buiten den mensch gewoonlijk zeer kort is. Van wetenschappelijke zijde bezien leent dit verschijnsel zich nog voor veel studie en beschouwing. De ondergeteekenden meenen dat alles hier ter zijde te moeten laten en alleen met het verschijnsel rekening te moeten houden. Dragers van ziektekiemen, die zelf geen ziekteverschijnselen vertoonen, kunnen voor hun omgeving een grooter gevaar zijn dan lijders, die door ieder als bron van besmetting worden beschouwd, vooral wanneer zij werkzaam zijn onder omstandigheden, waardoor contact met anderen zeer voor de hand ligt. Zoo bijv. wanneer een drager van typhuskiemen werkzaam is in het melkbedrijf, wanneer een onderwijzer of onderwijzeres diphtheriekiemen heeft. Hoewel het verschijnsel nog niet in alle deelen is opgehelderd en er nog vragen open zijn, staat het wel zoo stevig als feit, dat een wet tegen de besmettelijke ziekten er rekening mede moet houden. (M. v. T.)

— Afzondering en waarneming zijn de noodzakelijke maatregelen; afzondering ter beveiliging tegen overbrenging van besmetting ; waarneming voor het komen tot een conclusie, j (M.v.T.)

— In het eerste lid is ook „onderzoek” opgenomen. Mede is „toezicht” opgenomen, en wel, opdat schade en kosten bespaard kunnen worden. Het zal daardoor toch mogelijk zijn, dat een verdachte niet in waarneming en afzondering wordt gehouden, maar zich vrij kan bewegen, onder zeker medisch toezicht gedurende den tijd van onderzoek.

Deze afzondering enz. kunnen plaats vinden in een ziekenhuis. Het is niet noodig, dat daarvoor nieuwe inrichtingen in het leven worden geroepen. (M. v. A.)

Art. 6. 1. De burgemeester kan, na advies van den inspecteur, verbieden, dat een persoon, van wien door onderzoek is komen vast te staan, dat bij gevaar

Sluiten