Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 7

Art. 7. 1. De burgemeester kan het houden van kermissen, markten en openbare vergaderingen of vermakelijkheden in de gemeente verbieden op grond van den omvang, dien de uitbreiding van een besmettelijke ziekte heeft verkregen of dreigt te verkrijgen.

2. Onze Minister kan het houden van kermissen, markten en openbare vergaderingen of vermakelijkheden, voor zoover de burgemeester dat niet heeft verboden, in een of meer gemeenten verbieden op grond van den omvang, dien de uitbreiding van een der bij algemeenen maatregel van bestuur voor de toepassing van deze bepaling aangewezen besmettelijke ziekten heeft verkregen of dreigt te verkrijgen. De burgemeester van iedere gemeente, voor welke dit verbod geldt, doet het houden van kermissen, jaarmarkten en openbare vergaderingen of vermakelijkheden, zoo noodig, metterdaad beletten.

Zie] het op blz. 73 onder de bijlagen dezer wet opgenomen besluit van 1 October 1929, S. 448.

— Dit artikel is ontleend aan art. 23 der wet. De wet heeft als grondslag voor het verbod de „epidemische verspreiding” eener ziekte. Dit is niet juist. Het staat allerminst vast wat onder dien term moet worden verstaan. Voor zoover er een bepaalde zin aan kan worden gehecht, is zij iets, dat voorkomen moet worden. Zóó ruime verspreiding eener ziekte als men epidemisch kan noemen, kan bevorderd worden door kermissen en jaarmarkten en moet worden voorkomen door een verbod, zoodra een besmettelijke ziekte dreigt zich ruimer te verspreiden. Niet alle besmetteljjke ziekten komen hiervoor in aanmerking; bijv. niet malaria, mazelen. Daarom moet bij algemeenen maatregel van bestuur worden aangewezen, bij welke

Sluiten