Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 8

lid, geldt mede voor hen, die in de woning, het vaartuig of voertuig verbleven in een aan het vaststellen van het geval voorafgaand tijdperk, dat voor iedere ziekte door Onzen Minister wordt bepaald.

3. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, kan worden herroepen hetzij door den behandelenden geneeskundige hetzij door den inspecteur; door herroeping treedt het verbod weder in werking.

4. Hij in wiens woning, vaartuig of voertuig een geval van een besmettelijke ziekte van groep B is vastgesteld, en bij wien minderjarigen inwonen, is verplicht te zorgen, dat dezen niet een kinderbewaarplaats of een school bezoeken, tenzij de behandelende geneeskundige aan het hoofd van de bewaarplaats of de school een schriftelijke verklaring geeft, dat gevaar voor overbrenging van de ziekte niet bestaat. Het bepaalde in het derde lid is van toepassing.

5. De verpüchting, omschreven in het vorige lid, geldt mede ten aanzien van hem, bij wien minderjarigen inwonen, die in een andere woning, een ander vaartuig of voertuig, waarin een geval van besmettelijke ziekte van groep B is vastgesteld, verbleven in een aan het vaststellen van dat geval voorafgaand tijdperk, dat voor iedere ziekte door Onzen Minister wordt bepaald.

Lid 3: Zie artikel 37 dezer wet.

— Zie de op blz. 97 onder de bijlagen dezer wet opgenomen beschikking van 2 October 1929, Ned. Stct. n°. 192.

— Dit artikel is ontleend aan art. 14 van de wet. — Met eenige uitbreiding. — Art. 14 van de wet noemt alleen scholen. Het ontwerp noemt ook kinderbewaarplaatsen. Kinderbe-

Sluiten