Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 12

verdacht wordt aan zoodanige ziekte te lijden, worden de voorschriften in acht genomen, die de burgemeester, den inspecteur gehoord, heeft vastgesteld. Openbare vervoermiddelen mogen voor dat vervoer niet worden gebruikt.

Zie art. 37 dezer wet.

Art. 12. Bij het vervoer van het lijk van een persoon, die aan een der bij algemeenen maatregel van bestuur genoemde besmettelijke ziekten is overleden, worden de voorschriften in acht genomen, die Wij bij dien maatregel geven.

Zie het op blz. 73 onder de bijlagen dezer wet opgenomen besluit van 1 Oetober 1929, S. 448.

Art. 13. Onverminderd artikel 6 van de wet van 10 April 1869 (Staatsblad n°. 65) gelast de burgemeester, indien de behandelende geneeskundige of de inspecteur dat noodig acht, onmiddellijk vervoer naar het lijkenhuis of een andere bewaarplaats, desnoods op kosten van de gemeente, van lijken van personen, die aan een bij algemeenen maatregel van bestuur voor de toepassing van dit artikel genoemde besmettelijke ziekte overleden zijn.

Zie artikel 37 dezer wet.

— Zie het op blz. 73 onder de bijlagen dezer wet opgenomen besluit van 1 Oetober 1929, S. 448.

— Het voorschrift van de wet betreffende de aanwezigheid van een afzonderlijk lijkenhuisje is niet overgenomen, omdat bij vrijwel iedere begraafplaats een lijkenhuis is, dat zonder gevaar gebruikt kan worden. Een afzonderlijk huisje voor overleden lijders aan een besmettelijke ziekte is niet noodig. Het artikel laat bovendien de keus tussehen een lijkenhuis en een andere bewaarplaats. (M. v. A.)

Sluiten