Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 21

wet genoemde besluit van 1 Ootober 1929, S. 448.

Art. 21. 1. Met inachtneming van de artikelen 232—236 en 254 der Gemeentewet wordt van de belanghebbenden, met uitzondering van on- en minvermogenden, een bijdrage in of vergoeding van de kosten van vervoer, afzondering, onderzoek, verpleging, reiniging en ontsmetting gevorderd.

2. De invordering daarvan wordt geregeld door een plaatselijke verordening overeenkomstig de bepabngen van de artt. 258—262 dier wet.

De artikelen 21 en 22 stemmen zakelijk overeen met de artt. 5a en c van de wet, waarin zij zijn ingevoegd bij de wet van 14 Juli 1910, Staatsblad n°. 204. Terwijl evenwel art. 5a de vergoeding van belanghebbenden facultatief stelt, wordt zij in art. 21 imperatief gemaakt. Er is geen enkele reden om niet voor te schrijven, dat wie in deze kosten kan bijdragen, dat ook moet doen. (M. v. T.)

— In overeenstemming met de bestaande praktijk wordt voor „bijdrage” gelezen: „bijdrage in of vergoeding van de kosten”.

Personen met voldoend inkomen kunnen de volle kosten betalen. (M. v. A.)

Art, 22. 1. Onder de voorwaarden bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen, wordt aan eene vereeniging, die een ontsmettingsdienst heeft, welken Onze Minister als noodzakelijk beeft aangewezen, eene bijdrage verleend van vijftig ten honderd van de kosten van oprichting, vernieuwing en uitbreiding van den ontsmettingsdienst.

2. Voor de instandhouding van een ontsmettingsdienst van eene vereeniging, dien Onze Minister als noodzakelijk beeft aangewezen, kan aan de vereeniging eene

Sluiten