Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 25

Art. 24. De burgemeester, alleen of vergezeld van de door hem aangewezen personen, is bevoegd in een woning of een vaartuig of voertuig tegen den wil van den bewoner tusschen zonsop- en zonsondergang binnen te treden, en de erven van woningen te betreden, ter uitvoering van de bepalingen dezer wet of van de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten.

Art. 25. 1. De gemeentebesturen behouden de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen tot voorkoming, wering of beteugeling van besmettelijke ziekten, voor zoover zij niet in strijd zijn met de bepalingen, bij of krachtens deze wet vastgesteld. Bij zoodanige verordening kunnen voorschriften van deze wet of krachtens deze wet vastgesteld van toepassing worden verklaard op besmettelijke ziekten, op welke deze wet niet van toepassing is. De kosten van de toepassing van zoodanige verordening zijn voor rekening van de gemeente.

2. Deze verordeningen worden binnen veertien dagen, nadat zij zijn vastgesteld, medegedeeld aan Ged. Staten en aan den inspecteur. De inspecteur kan bij Ged. Staten bezwaren inbrengen binnen dertig dagen na ontvangst van de verordening.

3. Ged. Staten beslissen binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaarschrift bij een met redenen omkleed besluit.

4. Van de beslissing van Ged. Staten kunnen binnen dertig dagen na de ontvangst daarvan de gemeenteraad, Burgemeester en Wethouders en de inspecteur bij Ons in beroep komen.

Art. 29 van de wet bepaalt, dat provinciale en gemeentebesturen de bevoegdheid behouden

Sluiten