Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 81

vastgesteld, en de kennisgeving, voorgeschreven in artikel 2, niet binnen den in dat artikel vastgestelden termijn doet, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Art. 28. Overtreding van een der bepalingen van de artikelen 3, derde lid, 8, 11 of 12 of van een verbod, gegeven krachtens artikel 6 of van een voorschrift, gegeven krachtens artikel 17, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Art. 29. Het hoofd van een kinderbewaarplaats of van een school, dat gedurende de sluiting, voorgeschreven krachtens artikel 10, minderjarigen tot het bezoeken van die inrichting toelaat, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Art. 30. De in de artikelen 26—29 strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Art. 31. 1. Hetgeen in strijd met bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften ingevoerd, doorgevoerd of vervoerd is en alle vaartuigen of voertuigen en andere voorwerpen, die gebruikt zijn tot het invoeren, doorvoeren of vervoeren, of tot het plegen van eenige handeling, die bij een der artikelen 26—-29 strafbaar is gesteld, worden in beslag genomen en kunnen door den rechter in geval van veroordeeling verbeurd verklaard worden.

2. Echter heeft verbeurdverklaring der vaartuigen of voertuigen, die gebruikt zijn tot het invoeren, doorvoeren of vervoeren, alleen dan plaats, zoo het strafbare feit door den vervoerder is gepleegd.

Sluiten