Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 37

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 30 December 1929, S. 589.

Art. 17/. De vorm, de plaats en de wijze van inlevering, van bewaring en van teruggave der stukken, bedoeld in de artikelen 17, 176, 17c, 17«Z en 17e, worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld.

Zie het besluit van 17 Januari 1930, S. 16, op blz. 101 onder de bijlagen dezer wet opgenomen.

— Dat de aanhei van artikel 36 in verband met artikel 35 tot moeilijkheden aanleiding zou kunnen geven, kunnen ondergeteekenden niet inzien.

Zooals ondergeteekenden reeds in de Algemeene Beschouwingen hebben opgemerkt, (zie blz. 15) moeten artikel 36 van het wetsontwerp en de opschorting van den vaccinedwang ieder op zich zelf worden beschouwd. Bij de opschorting toch gaat het om een geheel andere vraag dan bij artikel 36 aan de orde is. Moest artikel 36 worden gebezigd als middel om aan de opschorting te ontkomen, dan zou van den aanvang door den wetgever zelf een sterke prikkel gegeven zijn om aan artikel 36 een veel te ruime toepassing te geven. Immers, in artikel 36 gaat het om gewetensbezwaar tegen de vaccinatie; bij de opschorting gaat het om tijdelijke overwegende bezwaren tegen den dwang. Aan den eerbied voor de wet zou de wetgever bij voorbaat afbreuk doen, indien hy het laatste onderbracht bij het eerste. De verklaring, dat na het tot stand komen van deze wet van haar geen voorstel tot verlenging van de opschorting meer te wachten zal zijn, kan de Regeering dan ook tot haar leedwezen niet geven. Of zij wederom een voorstel tot verlenging van de opschorting zal doen, zal zij beslissen na ontvangst van het advies der „encephalitis-commissie”. (Eindverslag Comm. v. Rapp. 1ste Kamer.)

— Zie de aanteekeningen bij het vorige artikel.

Art. 37. Ten aanzien van een gemeente of een groep van gemeenten, welke

Sluiten